Het hoekje van de tankkisten    
     
Wat Tank algemeenheden en wetenswaardigheden
     
  Panzerlied  

Ob's stürmt oder schneit,
Ob die Sonne uns lacht,
Der Tag glühend heiß
Oder eiskalt die Nacht.
Bestaubt sind die Gesichter,
Doch froh ist unser Sinn,
Ja unser Sinn;
Es braust unser Panzer
Im Sturmwind dahin.

   
  Mit donnernden Motoren,
So schnell wie der Blitz,
Dem Feinde entgegen,
Im Panzer geschützt.
Voraus den Kameraden
Im Kampfe ganz allein,
Steh'n wir allein,.
So stoßen wir tief
In die feindlichen Reihn.
   
  Wenn vor uns ein feindlicher
Panzer erscheint,
Dann Vollgas gegeben
Und ran an den Feind!
Was gilt denn unser Leben
Für unsers Reiches Heer,
Ja Reiches Heer?
Für Deutschland zu sterben
Ist uns höchste Ehr.
   
  Mit Sperren und Tanks
Hält der Gegner uns auf,
Wir lachen darüber
Und fahren nicht drauf.
Und droh'n vor uns Geschütze,
Versteckt im gelben Sand,
Im gelben Sand,
Wir suchen uns Wege,
Die keiner sonst fand.
   
 

Und läßt uns im Stich
Einst das treulose Glück,
Und kehren wir nicht mehr
Zur Heimat zurück,
Trifft uns die Todeskugel,
Ruft uns das Schicksal ab,
Ja Schicksal ab,
Dann ist unser Panzer
Ein ehernes Grab
.

     

Randinfo: Das Panzerlied

Bron: http://www.panzerlexikon.de/lieder/panzerlied2.htm
Das Panzerlied

Die Melodie des Panzerliedes wird oft irrtümlicherweise auf die Meldodie eines alten Seemannsliedes zurückgeführt. Tatsächlich jedoch wurde das Panzerlied aufgrund der Melodie eines Liedes der SS "Es steht an der Grenze die eiserne Schar zum Kampfe in die Freiheit gegen Judengefahr" komponiert.
Das Panzerlied befindet sich auch heute noch in den Liederbüchern der Bundeswehr,
nur ist es heute verboten die 2. und 3. Strophe zu singen.


Bron: http://de.wikipedia.org/wiki/Panzerlied

Panzerlied werden (meist selbstverfasste) ermutigende bzw. verherrlichende und/oder idealisierende Lieder oder Gedichte der Soldaten der Panzertruppe genannt (vgl. auch Soldatenlied und Dirnenlied). Die meisten, in Stil und Wortwahl für gewöhnlich eher einfach gehaltenen Verse entstanden während des 2. Weltkrieges. Panzerlieder aus dem 1. Weltkrieg gibt es vermutlich auch, sind aber kaum überliefert. Die Verfasser sind meist anonym, schriftlich festgelegte Veröffentlichungen gab es höchstens im Selbstverlag oder in Briefform. Diese Art von Soldatenliedern wird erst in neuerer Zeit als eigenständige Literaturform von Historikern wiederentdeckt und erforscht.

Das bekannteste deutsche Panzerlied, welches auch heute noch bei der Bundeswehr[1] und im Österreichischen Bundesheer Verwendung findet (wenn auch ohne die als nationalsozialistisch bzw. kriegsverherrlichend eingestufte 2. und 3. Strophe), trägt eben diesen Titel und stammt von Oberleutnant Kurt Wiehle. Er schrieb es am 25. Juni 1933 auf der Fahrt nach Königsbrück. Die Melodie stammt vom SS-Lied „Es steht an der Grenze die eiserne Schar zum Kampfe in die Freiheit gegen Judengefahr“.

Dieses Panzerlied erlangte u.a. deswegen allgemeine Bekanntheit, weil es in dem Kriegsfilm Die letzte Schlacht (im Original: Battle of the Bulge) von 1965 zu hören ist. Ein gewisses Maß an Popularität genießt es auch bei US-Amerikanischen Truppen und die Melodie wurde für das Lied Képi Blanc der Französischen Fremdenlegion verwendet.

     
BERGEN    
     
De beelden van het doorwaden zijn uit Bergen, Vogelsang had dergelijke mogelijkheid niet.
Dat doorwaden was eigenlijk de afsluiting van een schietperiode met 105 mm, de voorbereiding voor die periode waren meerdere kampen in Vogelsang, herinner u de standen 23 en 23bis.
Het doorwaden had twee doelen, ten eerste natuurlijk de training en ten tweede.
De tanks waren al redelijk proper voor we ze moesten voorbereiden op het laden van de trein.

Nog een anekdote over het waden, na de oefening was het de kunst al het verloren materiaal te verantwoorden. Een van de gestandaardiseerde uitdrukkingen was; "Koffer opengevallen tijdens het waden in Bergen".
En moest dat waar geweest zijn, dan stond het water daar niet tot aan de rookpotwerpers, ten hoogste tot aan de teruglooprollen.

De laatste foto is ook in Bergen. In Hoddelbüsh zijn minder spoorlijnen, maar het is wel een goed beeld wat een trein laden is. De laatste tanks van 6L zijn ze nog aan het vastmaken terwijl linksachter in het beeld op de tweede trein de eerste JPK van het 9 Li al aan het oprijden is.

     

Filmpje afkomstig van de Website : http://www.computer-team.info/
Met dank aan
Frans Geens

TANKDAGERAAD
25 jaar oude dia's opgenomen tijdens een schietkamp in Bergen.

Klik éérst om de Mediaspeler te activeren en vervolgens klik op het start-pijltje om het filmpje te starten.

     
     
     

Eerst een beetje uitleg over de tank Leopard.

De Duitsers hebben die gemaakt zo dat men kan geloven dat ze nog in het oosten zouden gebruik worden.
Dat is een ander verhaal die ik bij gelegenheid zal vertellen.

De tank had 4 soorten granaten en mun 7,62 voor de coax (wapen naast het kanon in de toren en voor het wapen boven op de toren).
De sabot granaat die wanneer de toren geraakt werd, van binnen meerdere stukken metaal van de torenwand weggeslagen werden.

De heat granaat die gewoon een gat in de torenwand brandde.

De hep was een hoog explosieve granaat tegen gewone doelen, huizen, voertuigen enz.
De hep en heat waren oorlogsmunitie de sabot was bijna altijd trainings munitie die had een gewone metalen kop.

De WP was met fosfor die heb ik nooit gezien in het echt.

Waarvan ik nu spreek is begin der 70 jaren, wij hadden nog de gewone afstandmeter om de afstand te meten. Wij hadden toen nog miliciens als kanonier, om u een idee te geven hoe goed ze opgeleid waren. Wij hadden op het terrein een doel gezet juist op 1.500 m., die mannen maakten ruzie onder elkander omdat een 1.495 m. gemeten had en de andere 1.505 m. op het doel maakt dat een verschil van een paar cm hoger of lager. Dit gebeurde in 5 à 6 sec. Later hebben de tanks andere modernere apparatuur bekomen, en waren het beroeps militairen als kanonniers.

Nu de FRAT run.

Om met de tank doelen te raken had men 20 sec. de tijd. Buiten die tijd een schot vuren telde niet meer en had men natuurlijk een granaat minder. Op de hep doelen had men 1 minuut de tijd. Men had 2 soorten doelen,TK doelen vast of bewegend groot of klein in groep of enkel. HEP doel was altijd vast. Men kon ook een tk doel krijgen wanneer men zich verplaatste van de ene stelling naar de andere. Bij het laden van de munitie kreeg iedere tank: 4 sabot, 4 heat en 3 hep granaten en 250 patronen 7,62. Wij spraken altijd van 4, 4, 3 en wel in die volgorde. Zeer belangrijk. Want na iedere oefening gaf iedere tank commandant zijn cijfers door aan de pelotons commandant, dit om zijn vuren te leiden. Bv 2 4 0 dan wist de pelotons commandant dat ik nog 2 sabot, 4 heat en geen hep meer had, zodanig dat ik niet meer kon vuren op een hep doel.

Na het laden begaf men zich naar een wachtzone. Wanneer men opgeroepen werd begaf men zich naar de schietstand. Daar aangekomen en op bevel begaf men zich naar de schiet banen en de eerste stelling, waar de rode vlag geplaatst werd en de wapens geladen werden. De banen en stellingen waren gemarkeerd. Vanaf dit ogenblik begon de run. Het peloton werd verdeeld in twee groepen. 2 tanks die tezamen werkten en 1 tank die alleen werkte. Dit was nodig daar de munitie zo snel was, kon men zijn eigen schoten niet waarnemen alhoewel ze een spoortrekker hadden. De hep munitie was trager en kon de tank die vuurde wel een eigen waarneming doen. Wanneer men de luiken moest sluiten (die van de tank commandant de andere waren gesloten) wist men dat er een hep doel ging verschijnen. Dit was altijd voor de alleen werkende tank. Wanneer er een rookpluim verscheen ergens in het terrein wist men dat er tank doelen verschenen. Die bevonden zich gewoonlijk tussen de 1.500 m. en 2.000 m. De chauffeur had de opdracht de tijd door te roepen. Bv bij tank doelen de laatste 5 sec. zodat de tank commandant wist wanneer hij niet meer tijdig kon vuren.

Wanneer de 1 oefening gedaan was kreeg men het bevel naar de volgende stelling te rijden. Dan werd de stab (stabilisator) opgezet, die liet toe al rijdend te vuren. Men richtte het kanon op doel en dit bleef daar welke beweging de tank ook deed. Tijdens de verplaatsing kreeg men 1 tank doel en kleine infanterie schijven. Het tank doel gewoonlijk tussen de 1.000 à 1.500 m. Zo deed men verschillende verplaatsingen tot alle voorziene doelen verschenen waren. Op het einde van de run werden de wapens gecontroleerd door de veiligheids officier en na het plaatsen van de groene vlag en op bevel begaf men zich naar het begin van de schietstand. Later naar de bunker plaats om de resterende munitie af te geven. De jury controleerde de tijd en het aantal doelen. Er was een jeep die ook in het terrein ging kijken. Vooral voor de hep doelen. Wanneer men in een bepaalde zone rond de schijf trof was dit ook een doel, als men met het eerste schot doel trof telde die tijd.

De weersomstandigheden speelde een grote rol. Veel zijdelingse wind, regen of grote hitte dan zag de kanonnier warmte golfen in zijn kijker van de grond opstijgen. Dan was het moeilijk te meten en mikken. Ook wanneer er een flauwe wind was die kwam van achter de tank, bij het lossen van een schot bleef het stof voor de tank hangen zodat men het doel niet meer zag en geen tweede schot kon lossen. Wanneer men met de verkeerde munitie op een doel schoot had men nul punten met door de radio de nodige uitleg!!!!!. Later heeft men de rookpluim weggelaten en ook nog een paar zaken veranderd om het moeilijker te maken. Dit is ongeveer hoe een run was.

Dirk Vanslembrouck

Noot van de redactie:
Dank je wel Dirk, door deze technische uitleg kunnen niet-tankkisten zich een beeld vormen van deze FRAT RUN
.

     
     
     
Hier kan u een audio-opname van een
FRAT RUN in 1985
beluisteren.
Duur ca. 18 minuten
  http://video.computer-team.info/Audio/Frat85.mp3

Ge hoort hier tussen het achtergrondgeluid van motor en hydroliek door
heel duidelijk de radiocommunicatie tussen de vier tanks.
Het intern gebrul in de eigen tank, het vuren met het kanon van de eigen tank is niet hoorbaar,
wel het vallen van de huls in de hulzenbak, verder tijdens het rijden het vuur met de coaxiale MG.

De RUN op zich was geen al te beste, de pelotonscommandant was een KRO die na een schijvenincident even zijn pedalen kwijt was. De vuurverdeling tussen de tanks was verre van ideaal en ge gaat op het einde aan de munitieverslagen wel horen dat ik nog een schot aan boord had bij het bereiken van de laatste stelling, de SIX had er nog een stuk of zes, niet ideaal dus.

De opname is gemaakt met een eenvoudig mono cassetterecordertje, dat gewoon met rubberbanden naast de box van de radio was opgehangen, de kwaliteit is dus niet altijd honderd procent.

Frans Geens

   
     
 

Op de eerste foto ziet men de bunker plaats om de munitie te laden.
Kijk op de toren, daar ziet ge een klein gat
juist groot genoeg om de munitie door te geven
aan de lader en om de lege hulsen uit te werpen.

Rechts vooraan ben ik,
de tank die u ziet is deze van de pel comd 2 pel.

Foto: Dirk Van Slembrouck -18-

 


Op de tweede foto ziet ge mij links en catie,
wanneer ge kijkt achter de tank ziet u 3 granaten staan.
Van links naar rechts,
de Hep, de Haet, de Sabot
dit zijn geen echte maar drill munitie om de bemaning te laten oefenen
.

Foto: Dirk Van Slembrouck -19-

 

Op de deze foto ziet u
een Leopaard twee met snorkel.

Foto: Dirk Van Slembrouck -20-


Men had 2 mogelijkheden om te duiken.

1. Men kon duiken tot aan de toren, de voorbereiding daarvoor konden in tamelijk korte tijd uitgevoerd worden.
Daar de chauffeur geen zicht had onder water, moest de tank commandant hem leiden. De tank had 2 waterpompen,
1 in het toren compartiment en 1 in het motor compartiment. Dit wanneer er eventueel water zou binnendringen.
Tijdens het duiken moest er altijd een luik open blijven en gegrendeld zijn, daar de motor op dit ogenblik zijn lucht langs de toren aantrok. Wanner het luik zou toeslaan is de lucht die in de tank is onmiddellijk verbruik en onstaat er een grote onder druk, daardoor kan men het luik niet meer openen. Waardoor de bemanning stikt.

2. Met een snorkel kan men nog dieper duiken, zodat de tank volledig onder water verdween.
De tank commandant had alleen nog met zijn bemanning kontakt met de interfoon.
De voorbereiding duurde tamelijk lang. Ik heb die eenmaal geplaats tijdens mijn omscholling te Leopoldsburg
Geen enkele eenheid heeft die later gekregen.


 

Laden van munitie SABOT blauwe kop
en HEP olijfgroene kop oorlogsmunitie.
De kop van de munitie moest altijd omlaag gedragen worden, dit voor de veiligheid.

Foto: Dirk Van Slembrouck -24-

 

Laden van het kanon.

Foto: Dirk Van Slembrouck -25-

 

De plaats van de kanonnier, voor hem afstandmeter, rechts boven panoramische kijker tank commandant.
De tank commandant kon die 360 graden draaien zonder dat de toren bewoog. Zo kon hij rond de tank kijken, wanneer zijn luik gesloten was.

Foto: Dirk Van Slembrouck -26-

 

"VUUR!"

Foto: Dirk Van Slembrouck -27-

 

Kanon kuisen (in navolging van de Wolgatrekkers ...)

Foto: Dirk Van Slembrouck -28-


Het kanon van de Leopard

De TK is uitgerust met een engels kanon. Dit kwam doordat, wanneer de tk in ontwikkeling was de Duitse door een verdrag nog geen wapens mochten bouwen met een groot kaliber. Het allereerste schot en later wanneer de TK een tijd niet meer gevuurd had, moest dit altijd van op afstand gebeuren zonder bemaning in de tank, dit om veiligheids redenen. Ook de terugloop remmen die de terugslag moesten opvangen, werden regelmatig nagezien. Het kanon had een bepaalde levensduur. Dit noemde men EFC, dit komt overeen met de slijtage van het kanon. Ieder soort munitie had een verschillend EFC. De Sabot had een groter dan een HEP. Het aantal schoten en EFC werden bijgehouden in een schootsboekje. Wanneer het toegelaten EFC bereikt werd, was er een ploeg die kwam controleren. Die konden dan een aantal EFC toevoegen.


Zoals ieder wapen moest ook het kanon gekuist worden. Men kon het kanon inspuiten met R-Troop Gun Protector. De kamer en de loop, dit om het materiaal te beschermen en om later het kanon grondig te kuisen. Wanneer men tijd had. Om het kanon grondig te kuisen had men 1 harde borstel en een zachte. De lader nam plaats in de toren en deed de kulas open. De mensen die buiten stonden,staken de kuisstok in de loop tot bij de lader. Die draaide de harde borstel op,goot wat cleaner in de kamer,de bemanning buiten trokken dan de borstel een beetje terug en de lader goot dan nog wat cleaner in het kanon. En dan maaar pompen van boven naar beneden en omgekeerd, indien nodig 2 tot 3 maal herhalen. Daarna werd er een kuislap rond de borstel gedaan en het kanon droog getrokken. Later werd het kanon op dezelfde manier ingeolied en natuurlijk niet meer drooggetrokken. Zo beschermde men het kanon tegen roest. Het spreek vanzelf dat de ganse bemanningen dit TK per TK deden.

   
     

Filmpje afkomstig van de Website : http://www.computer-team.info/  
Met dank aan
Frans Geens
OPENDEUR

Het Tankmuseum organiseerde een opendeur in het depot te Kapellen

Klik éérst om de Mediaspeler te activeren en vervolgens klik op het start-pijltje om het filmpje te starten.

     
Een beetje uitleg, ik hoop dat het nog juist is wat ik verteld anders zal er wel iemand reageren.

Met de vroegere tanks (M47 PATTON ) had ieder eskadron 16 tanks.
Men had drie pelotons van vijf tanks, een tank eskadron commandant.
Er waren drie eskadrons: ALFA, BRAVO en CHARLY.

Wanneer men sprak over het B eskadron.
De eskadron commandant was B 6 (six) en de pelotons waren B 10, B 20, B 30.
De codes van de tanks waren.
Bravo 16 : pelotons commandant (actief of KRO).
Dit was voor ieder peloton zo.

Het voorbeeld is voor het eerste peloton.
15 : pelotons adjunct O/Offr.
14 : O/Offr.
12 : O/Offr.
11 : O/Offr.

De oproepcodes zijn altijd hetzelfde gebleven, alleen zijn er tanks weggevallen alsook de codes. Op te merken dat er geen code 13 was. Zo ver ik weet waren de Amerikanen nogal bijgelovig en gebruikten ze nooit de code 13. De Belgen zouden dat overgenomen hebben?

Bij de aankoop van de nieuwe tanks, was het aantal tanks kleiner. Daardoor werden er bataljons ontbonden.
Vb 6l, 5l. Men geeft het peloton naar vier tanks gebracht en de 14 afgeschaft. Dan had men drie pelotons van 4 tanks. Later heeft men 4 pelotons van drie tanks gemaakt en de 12 afgeschaft.
In het begin had men O/Offr te veel en kreeg iedere pelotons commandant een chauffeur O/Offr.
Later alleen nog de eskadron commandant.
Nog later is die ook afgeschaft.
Dus sommige werden eerst omgeschoold naar chauffeur en dan later naar tank commandant.

 

Hierbij een foto van het 2L B Esk genomen bij het afscheid van Kapt SBH Steens door een vliegtuig.

Vier pelotons van drie tanks,

links boven tk esk comd,
daar naast 2 M75,
2 MAN,
1 Unimog,
3 jeeps Willy's.
Dit was het volledig eskadron.

Foto: Dirk Van Slembrouck -21-

     
 

Ook wij konden varen!

Probleem was om dezelfde kadans
en de goede koers aan te houden.

Zo zie je maar, ieder vak zijn specialiteit.

Foto: Dirk Van Slembrouck -22-

 

Maar wij hadden toch de Genie om te helpen!

Noot van de redactie:
Dank je wel voor de 'Ode aan de Genie'.
De éérste boot met het opritelement was de mijne.
Wij hebben destijds graag geholpen ...
en doen dit hier op deze site nog even graag.
Jean & Stijn

Foto: Dirk Van Slembrouck -23-

 

Nachtvuur

Foto: Dirk Van Slembrouck -29-

 

Nachtvuur met meerdere tanks.

Foto: Dirk Van Slembrouck -30-

 

Nachtvuur met wit licht

Foto: Dirk Van Slembrouck -31-

 

Nachtvuur met COAX.

Foto: Dirk Van Slembrouck -32-

     
BERGEN-HÖHNE    
     
     
De stunt met 'Het Kompas'.    
     
 

In onze opleiding tot O/Offr,
tijdens de les over het kompas, benadrukte men het kompas te gebruiken vanaf een bepaalde afstand van metaal. Bv helm, wapens, hoogspanning, enz.
Wanneer wij later les gaven kwam dit thema altijd aan bod tijdens de les.

Foto: Dirk Van Slembrouck -34-


Tijdens een schietperiode (14 dagen) te Bergen was er veelal een FTX in het weekend, van de vrijdagavond tot de zondagmiddag, daarna onderhoud. Die FTX eindigen meestal met de bestorming van de Hitlerhöhe, zie foto.

Ik was toen nog chauffeur en reed met de Pel Comd. Op het einde van de oefening kreeg deze het bevel het Esk terug naar het tankpark te brengen. Met de rups Vtg mocht men alleen op bepaalde standen binnen of van het terrein rijden.

Nu kon men van zeer ver een paar schijven zien van een schietstand, daar de TK op dit ogenblik op een kleine hoogte stond. Toen we vertrokken en naar beneden reden zag men geen schijven meer, ik moest draaien achter een heuvel en na 200 m zag ik plotseling een tank voor ons rijden. Dit was de laatste TK van de Colonne. Geen paniek terug boven op de heuvel post gevat. Volgens de Pel Comd kon dat gemakkelijker met een kompas.

HIJ LEGDE ZIJN KOMPAS BOVEN OP DE TOREN EN BEPAALDE DE KOERS ... DAT ZIJN 36 TON STAAL!

Maar hij wist ook niet de positie waar wij stonden. We zijn terug gereden over de wegen die alleen voorzien waren voor lichte Vtg. Op een verkeerde stand. Die wegen waren opgehoogd en liepen gedeeltelijk door een moeras. Er is nog een Tk van de baan gereden, de depannageploeg heeft lang kunnen doorwerken. De maandagmorgen hebben de Duitse ploeg van de schietstand gezien dat er veel schade was aan de wegen, maar nog erger dat er kabels die over de weg liepen kapot waren. die dienden om de bewegende schijven te bedienen. Een paar uur later zijn er een paar Offr naar Bergen kunnen gaan met de nodige uitleg bij de Duitse Verwaltung. Schijnbaar was het een tamelijk luid gesprek.

   
     
Moerassig terrein.    
 

Alhoewel er op de militaire kaarten van Bergen-Höhne de moerassen duidelijk aangegeven waren, zijn er tijdens oefeningen dikwijls Tks vastgereden.
Bij een moeras denken vele dat men water ziet maar dit is niet altijd zo. In de zomer, na een periode van warm weder kon men te voet over het moeras lopen. Alleen wanneer men stilstond, kon het gebeuren dat men na enkele minuten, enkele cm. met zijn voeten dieper weggezakt was. Met een Tk kon men een paar tientallen meter rijden en dan voelde men dat men vast zat met deTk. Na een tiental minuten was deze zo ver weggezakt dat men van op de grond rechtstreeks in het luik van de voerder kon stappen.
En hoe ver zal hij nog zakken?

Dirk Van Slembrouck

Foto: Dirk Van Slembrouck -35-


Vastgereden tank, men ziet dat het spoor steeds dieper word.

Ook in Vogelsang bestaan er van die eigenaardige plaatsen, en domweg moet ge dat ook weer uit eigen ervaring aanleren, en hier is het weer hetzelfde principe van uit te kijken naar de begroeiing.

Er zijn plekken met een taai soort gras en in de herfst bij regen is wordt dat gras zo glad als spek, omdat het taai is plooit zich dat onder de kettingen en als ge dan met de Leo bergop wilt kunt ge gas geven tot ge blauw ziet.
Dat gras plooit zich onder uw kettingen en ge staat precies op een paar ski's, geen centimeter vooruit totdat goedje droog gedraaid en vermalen is en dan schuift ge een meter of twee vooruit en het spel begint opnieuw.

Het plezante hieraan is als ge dat een keer weet ge zelf naast die plekjes kunt rijden en nog plezanter is als ge een onervaren pelotonscommandant er op kunt lokken ... grijns ... grijns ... grijns.

Frans Geens

 

Met kabels uittrekken,
door iemand met vaste ondergrond.

Foto: Dirk Van Slembrouck -37-

 

Spoor later opgevuld met water.

Foto: Dirk Van Slembrouck -38-

 

Men ziet hoe diep de tank in het moeras vastzat.

Foto: Dirk Van Slembrouck -39-

 

Leopard II vastgereden.

Foto: Dirk Van Slembrouck -40-

   
     
Laden van een tank vereist stuurmanskunst    
     
 

Bij het laden op een transport Vtg moest men ervaring hebben. Bij het oprijden ging het voorste van de tank bijna recht de lucht in. Dat had tot gevolg dat de chauffeur in de lucht hing en hij niets meer kon zien.
Hij zag de gids niet meer, ook geen grond of het Vtg waar hij opreed.

Foto: Dirk Van Slembrouck -41-

 

De kunst was zo gevoelig te rijden dat wanneer het zwaartepunt van de tank over de helft kwam, het Vtg langzaam naar voren te laten bewegen. Wanneer de chauffeur te vroeg remde sloeg het achterste terug naar beneden, en het voorste terug omhoog, waardoor de voerder terug blind was. Als hij op dat ogenblik de pedalen verloor gaf hij gas om terug omhoog te rijden en kwam hij misschien aan zijn sturing met nare gevolgen.

Foto: Dirk Van Slembrouck -42-

 

De chauffeur van het transport Vtg die de tank moest gidsen stond altijd klaar om van het Vtg te springen.
Hij wist niet wat voor een Tk voerder hij voor zich had.

Foto: Dirk Van Slembrouck -43-

 

Hierbij enkele foto's van een mislukte oprit bij onze noorderburen.

De laatste foto is geen tank die men ophangt om te drogen maar die men terug op de grond plaats
… geen misverstanden hé!

Foto: Dirk Van Slembrouck -44-

         
Vorige pagina
  TOP   Volgende pagina